Mama ligt gestrekt
Haar lieve deken, blauw, als een cocon
Tot aan haar kin gegoten
Op haar divan
De televisie speelt een film
In een onbegrepen taal
Loos van ondertiteling
Mijn hand tegen haar borst geklemd
Verhaalt zij
Verhaspelde avonturen
Klanken die zich vlechten
In een nog ongehoord patroon
Zacht fluistert zij drie woorden
Met klimmend fanatisme
Opdat, vermoed ik,
Mij de boodschap blijven zal:
‘Cisterciënzer
Cisterciënzer
Cisterciënzer’
Ik zwijg mijn kaak gezakt
Ik heb haar immers niet verteld
Over mijn dagen, gister nog,
In het trappistenklooster
De orde der Cisterciënzers
Van de Stricte Observantie
Misschien ontpopt
Onder de plooien van haar sprei
Zij zich nog tot een orakel?

Geef een reactie